Reizigers in de anti-tijd (1970)

Reizigers in de anti-tijd (voluit: Reizigers in de anti-tijd. Een poging tot verkenning, tot lijfsbehoud) gaat verder waar De lotgevallen eindigt. Het gezin maakt opnieuw een absurde reis door tijd en ruimte, op zoek naar een gelukkigere wereld. In een interview omschrijft Hugo Raes de inhoud als volgt: 'In Reizigers in de anti-tijd probeer ik de leefgrenzen te overschrijden, probeer ik te laten zien dat de wereld niet kleiner wordt - zoals men altijd beweert - maar steeds groter, hoe meer en hoe beter men haar leert kennen. Alles is oeverloos, zowel de microcosmos als de macrocosmos; steeds meer gaat men dat beseffen. Het klinkt misschien vreemd maar in deze nieuwe roman probeer ik voorbij de tijd te komen, intuïtief'. Dat dit gelukt is blijkt wel uit de lovende commentaren. Een groot compliment komt van Louis Paul Boon, die het werk beschrijft als het allerbeste wat in Vlaanderen begin jaren zeventig is verschenen. Reizigers in de anti-tijd werd in 1972 bekroond met de August Beernaertprijs van de Koninklijke Vlaamse Academie.

(Uitgegeven door De Bezige Bij, Amsterdam)